Koffie met (v)rouw

KOFFIE MET (V)ROUW
Terug naar oude pijn.

Vanavond ga ik bij de vrouw van het stel op bezoek, dat mij opgevangen heeft, toen ik veel te vroeg het huis uit ging. Veertien was ik, en vijftien toen ik bij hen kwam. Haar wederhelft is vorig jaar overleden, een lieve, eigenwijze en bevlogen man.

Heel enthousiast stond ze me net te woord aan de telefoon; ‘dat ze het zo fijn en bijzonder vond dat ik belde en om mijn brief te ontvangen’. Gelijk raakt ze me vol, daar waar het zo pijn doet:
“Ik vind het zo leuk wat van je te horen. Elke keer was ik weer verbaasd Gonneke, over jouw keuzes en je veerkracht, wat je allemaal ontwikkelde en deed. Het was me wel een jaar zeg en weet je nog dat verdriet…? Een studente die hier elke donderdag logeerde kwam mij zeggen dat ze je ’s nachts in bed vaak hoorde huilen… zo machteloos heb ik me gevoeld, zo machteloos. Maar ja ik moest jou ook je huilen gunnen, moest me er niet mee bemoeien. Ik wilde je zo graag redden, heb er heel wat van wakker gelegen. Maar ik dacht ‘als ze naar mij wil komen… als ze bij mij uit wil huilen, komt ze wel naar me toe’…”

Oi-joi-joi… wat had ik graag gewild dat ze aan mijn bed was komen zitten en me getroost had, voel ik nu. Ik had zoveel behoefte en voelde me zo verloren, maar wist niet hoe ik om zoiets moest vragen. Nu pas, nu ik de 40 gepasseerd ben, kan ik om hulp vragen. En ben ik in staat om het te ontvangen zonder me bezwaard of een loser te voelen. Dit na jarenlang leren en schuchter oefenen. Misschien ben ik nu pas in staat om die stoere overlevende puber te zien die zich groothield, omdat ze anders zou knakken en niet wist waar het vangnet was. Misschien ben ik nu pas in staat het meisje zelf vast te houden en met haar mee te huilen, er met en voor haar te zijn…

Het was respect naar mij vanuit hun kant. Ik ben blij dat ze me toendertijd een plek hebben aangeboden in hun huis. Ze waren aardig, betrouwbaar, hartelijk, daadkrachtig, toegewijd en hebben heel veel voor me betekend. Het was goed dat ze me een basis en structuur boden want ach wat voelde ik me verloren. Daar in een vreemde stad, op een school van kakkers waar ik buiten de boot viel (en wilde vallen trouwens!, want ik hoefde er niet zo nodig bij te horen, hun materialisme en bralpraatjes voelden leeg). Mijn enige vaste element was mijn vriendje waar ik sinds mijn 12eeen relatie mee had. Hij studeerde al en maakte het 4 maanden na mijn verhuizen, een paar dagen voor mijn kerst-tentamens uit. En toen was er niks. Uiteraard was er van alles om mij heen, maar niks eigens. De man des huizes werd geraakt in zijn vadergevoelens en riep mijn ex-vriendje nog ter verantwoording ‘hoe hij het in zijn botte hoofd haalde het vlak voor mijn tentamens uit te maken… of ie niet 10 dagen kon wachten’. Lieve docenten hebben me gemazzeld en bijgestaan, zodat ik het met hakken over de sloot haalde die week. Maar daar zat ik, ik wist niet wat ik met mezelf aan moest. Hoe ik moest dealen met alles wat ik voelde? Huilen, huilen. Ik ging ’s nachts vanuit pure wanhoop skaten; mijn energie en pijn moest eruit. 03.00 Uur ’s nachts op de snelweg, lang, glad en leeg asfalt, zo hard mogelijk over de vluchtstrook, tot mijn spieren er pijn van deden en het hijgen het huilen overstemde. Uiteraard wisten de lieve mensen bij wie ik inwoonde dit niet anders hadden ze ’t vast verhinderd.
Tsja, dat was die tijd… het lijkt wel een vorig leven.

Ondertussen ben ik doorgebuffeld en ben ik weer vele hobbels en barricades in mijn leven verder gekomen. Heb ik veel geleerd, geleefd, geliefd en begrepen. Mijn leven is kleurrijk, diepgaand en nog steeds erg intens. Zoals mijn beste vriend altijd grappend zegt: “met jou is het nooit saai 😉 “. Ik voel me rijk en stromend en ja er is nog steeds pijn. Pijn is inherent aan ons menszijn, aan hechten en loslaten wat je lief is.

Straks om 20.15 uur zie ik haar, ook zij is inmiddels de 75 gepasseerd. Kranig en vitaal. Haar portie tegenslag en zwaarte in het leven wel gehad. Een waardige vrouw. Belezen en enorm maatschappelijk betrokken. Het lijkt me fijn om met haar over rouw te praten, over hoe het was, toen en nu. Hoe zij de afgelopen 2 jaar doorstaan heeft. Zijn ziekte, hem te missen nu.

Het was fijn om zonet te horen, notabene al na 5 zinnen telefoongesprek, dat ze zich zo machteloos voelde naar mij toe. Het voelt fijn te horen dat ze om me gaf, dat ze met me begaan was. Ik zit in een periode waarin mijn oude thema’s opnieuw aangeraakt worden, dit om ze waarschijnlijk nog een laag dieper te kunnen helen. Tranen lopen over mijn gezicht. Dat zij dit mij nu zegt, is Liefde.
Ik heb haar bedankt voor haar compassie en probeer het te herbeleven…

dat is niet zo moeilijk…

Ik ga maar ‘ns even douchen en eten en zal mijn mascara maar thuislaten… het zijn vast niet de laatste tranen van vandaag.

Het leven aangaan

Wanneer mensen weten dat hun leven eindig is…
(… ja, dat weten we allemaal… maar ik bedoel wanneer er sprake is van een korte termijn zoals wanneer je nog max. 2 jaar te leven hebt volgens de medische wetenschap)
… dan krijgen ze ineens meer lef.

Niet iedereen, maar wel veel mensen.
Het lijkt alsof het er ineens op aan komt. Als of het leven zich af gaat spelen op het scherpst van de snede. Je houdt je waarden en wat voor jou belangrijk is tegen het licht.
– “Wat wil ik nog doen?”
– “Met wie wil ik tijd doorbrengen?”
– “Waar wil ik GEEN tijd meer aan verspillen?”… ook een goeie.
– “Zijn er dingen die ik moet zeggen tegen anderen? Dingen waarvan ik het belangrijk vind dat ze het weten?”

Falen wordt minder eng… je hebt toch niks te verliezen.
Materie wordt minder belangrijk… je kan het toch niet meenemen.
De meesten willen hun dierbaren goed achterlaten, hen ontzorgen en nemen verantwoordelijkheid door goed te communiceren en alvast dingen te regelen voor als ze er niet meer zijn.

Het is alsof ‘eindigheid’ een vergrootglas op je leven legt en je de vraag voorlegt: ‘Heb ik tot nu toe de goede keuzes gemaakt?’ ‘Doe ik wat ik wil doen, wat belangrijk voor me is?’
Mocht je niet tevreden zijn, dan heb je nog een korte tijd beschikbaar om het vanaf dat moment anders te doen. Vrees-lozer, met meer passie en overgave en met meer liefde.

Zouden we niet allemaal moeten doen alsof we nog maar een paar jaar te leven hebben?

Misschien zouden we dan werk kiezen dat echt bij ons past.
Misschien zouden we meer activiteiten ondernemen die ons zin en betekenis zouden geven.
Misschien zouden we meer tijd besteden aan onze geliefden en meer gevoelens delen van waardering en de dingen die ons aan het hart gaan, zouden we onze angst, verdriet en onzekerheid opbiechten waardoor we opener en benaderbaarder worden.
Misschien zouden we meer zorg dragen en minder materiële dingen nastreven.
Misschien zouden we expressiever durven zijn, meer genieten en meer van onszelf durven tonen en delen met onze omgeving.

In mijn werk hoor ik iets te vaak:
“Gonneke, het klinkt misschien best wel raar, maar dit is misschien wel de mooiste tijd van mijn leven…”

Dus wat kunnen wij hier nu van leren? En waarom leven we niet eerder zoals ons hart het ingeeft?
Het is het overdenken waard.

Liefs Gonneke

Jongens ik ben er niet!

 

Zo! Ik voel me heel geïnspireerd. Én ik voel mee heel decadent.

Ik zit/lig half in mijn bed met een heerlijke kop koffie en een broodje truffel-geitenkaas met zongedroogde tomaatjes en mijn macbook op schoot onder mijn zonnige dekbed te typen. Op mijn thuiswerkdag zoals dat in onze cultuur heet. De btw-aangifte voor me uit stuwend naar de late uurtjes. Het is nu 12.35 en ik heb uitgeslapen nadat ik afgelopen nacht tot half vier ‘de geest’ had en vrolijk typend en associërend de stille uurtjes doorbracht. Buiten mij stil en in mij een wervelwind aan ideeën, inzichten, passie en gevoel van missie.

T Kan ff niet op. Wat een heerlijk gevoel!
Doe mij een maand van dit soort dagen!
Het voelt als de ‘alleskan’ dagen van de Bijenkorf. Onee, dat zijn andere dagen. De dagen waarop je zóveel mogelijkheden voelt, dat je van gekkigheid niet meer kunt kiezen wat je als eerste wilt gaan doen. Het ene mooie idee na het andere popt op.

Wat is het heerlijk om hier te zitten.
Wat is het heerlijk dat het hier *knetterrustig is, een woord wat een contradictio in terminis in zichzelf is.
Wat is het heerlijk dat het huis van mezelf is en dat ‘de tijd’ vandaag van mij is.
Ik heb de regie, niet mijn agenda.
Wat een weldaad.
De goudvis op mijn mok kijkt me blij aan. “ Ja jongen, zo is het.”

“Jongens ik ben er niet!” wil ik schreeuwen.

Joepie, ik ben namelijk hier, tussen al mijn plannen, in mijn bed, terwijl ’t zonlicht over de helgroene varenplant mijn kamer in strijkt. De oker elementen in mijn huis weerkaatsen het licht en vullen de ruimtes met warmte. Het is goed boeren hier. Het palet aan mogelijkheden etaleert zich:

Ik kan mijn trap gaan schilderen, verder werken aan het portret van Thich Nhat Hanh of aan de mandala van ‘heilige moeders’. Ik kan schrijven, klussen, nieuwe trainingen uitwerken, mijn administratie bijwerken (de minst leuke uiteraard, maar ook dat geeft voldoening, ACHTERAF 😉 haha), ik kan mensen gaan bezoeken die me aan het hart gaan en die ik al veel te lang niet gezien, gesproken en geknuffeld heb. Ja ok, van deze inspirerende vibe word ik ook altijd een beetje klef inderdaad. Dat komt door de blijheid en het enthousiasme… dat moet er uit… wil gedeeld… ik wil ook graag zeggen dat ik van mensen hou, dat ik ze waardeer en blij met ze ben. Heerlijk. Fijn toch?!
Mijn ex zou me vergelijken met Viola, een moeder, personage uit het boek ‘Bert en Bart redden de wereld’ die met vlinders praat en bomen knuffelt, een ware zweefkees. Gelukkig kan ik ook goed vechten en klussen en kan ik verdomd aards zijn. Ook ik poep.

Terug naar de vibe…

Hebben jullie dat ook… dat zonnestralen positief werken op de inspiratie? Ik merk dat wanneer er zo’n mooie lichtval de kamer binnen glijdt; dat er dan een soort lichtheid in mijn hoofd komt, alsof ze een ruimte opent. Een speelse associatieve ruimte.  In de onbezorgdheid ontstaan de ideeën. Kramp is nergens goed voor, zei ze stoer.

Ooo, o, je had me een half jaar geleden moeten zien! Het was me nogal een turbulent jaar zal ik maar zeggen. Gonneke stond in de watertrappelstand.
Nu ik de bodem weer voel en vooral nu ik voel wat ookalweer ’t belangrijkste is in mijn leven, namelijk het Delen, Verbinden, Bewustzijn genereren bij mezelf en anderen, Terugbewegen naar de Eénheid die we zijn… voel ik in mezelf de wens tot het leven in Vertrouwen en Overgave. Vertrouwen dat het goed komt, dat de dingen zich voor me ontvouwen. Dat ik het wel red, hoe dan ook!
Ik kan namelijk onder de brug leven. Ik hou van mijn mooie huis, de spulletjes die ik met liefde bij elkaar gescharreld hebt. Maar ik ben er niet afhankelijk van. Ik kan ook zonder. Het hele universum zit al in mij en in jou.  De essentie ligt in het ontmoeten en delen met de ander. Dáár leef je het leven. Daar ben ik me van bewust.

Ik voel me ook zo dankbaar voor de levenslessen die ik van stervenden kreeg en van de mensen het gevoel hadden dat ze alles kwijt waren, inclusief zichzelf. Konden ze zichzelf maar door mijn ogen zien en voelen wat ze gaven ook al dachten ze niks te hebben.

Dank jullie wel. We zijn er om elkaar te dragen of om elkaars hand vast te houden als het eng wordt.

In het delen met de ander, kan die ander ook een mier zijn… het groeien van een blad,  krijsende meeuwen in een haven… De ander ontmoeten heeft niets van doen met identiteit, met maatschappelijke geslaagdheid of intellect. De ander ontmoeten heeft te maken met delen van gevoel.  Het heeft te maken met het zien van schoonheid, ontzag voor de geraffineerdheid, het wonderlijke proces dat leven, natuurlijke samenhang en bezieling heet.

Maar goed, het leven in Vertrouwen dus. Ik kan het nu mooi zeggen en ter gelijke tijd tuimel ik voor ik het weet zelf ook weer in de prestige, in het hard werken, in de innerlijke overtuiging van schaarste.

Dat is de leerschool. Keer op keer opnieuw kiezen. Opnieuw herinneren.

In dat ‘Jongens, ik ben er niet’, zou je ook kunnen lezen ‘IK ben er niet’, waarbij je het ‘IK’ als ego ziet. In deze staat, lijkt het namelijk alsof de Inspiratie of iets Groters je bij de hand neemt en je leeft. Ik voel me op die momenten blijmoedig diep verbonden met iedereen en met de natuur. Er opent zich een ruimte van vrede en oneindige mogelijkheden. Het ‘ik’, de identificatie Gonneke, is niet zozeer een ‘ik’ meer. Het is meer een ‘wij’ of een ‘het’.

Misschien moeten we als mens gewoon uit die beperkende huls van het ‘ik’ komen. De ‘ik’ die leeft in de illusie van afgescheidenheid, het hard werken om te laten zien wat we waard zijn en de overtuiging dat we voor onszelf moeten zorgen omdat niemand anders het doet…

Tsja, fijne stof om over na te denken he?

Dat potje maken van onze wereld is een groot gevolg van onbewustheid. Simpelweg niet het besef hebben ‘dat wij ook de ander zijn’. ‘Dat de ander in ons is’. Dat alles onderling verbonden is. Als je een ander pijn doet, verbitter je zelf. Als je een ander gelukkig maakt… moet je kijken wat het met jezelf doet… je gaat ook stralen… voelt vreugde en wilt expanderen. Het geeft zin aan je bestaan… Het is toch feestelijk om dingen mooi te maken. Te verbinden. Met elkaar gave dingen te creëren en anderen te helpen?

Wanneer we hard zijn tegen een ander. Een ander afbranden of veroordelen, schept dat afstand, angst. Neem voor de lol je eigen lichaam eens waar, wanneer je bv een akkefietje hebt met een collega of met je partner of wanneer je je opwindt over politieke besluiten.
Voel hoe de boel op slot gaat, hoe de energie in je lichaam zich schrap zet, hoe het stagneert.

Das echt niet tof hoor.
En zeker niet heilzaam.

Het zou cool zijn als we allemaal wat meer lef hadden om kwetsbaar te zijn, om uit te reiken naar de ander. De ander wat vaker een compliment, een hug of geruststelling te geven. Te zeggen “ik zie je”, “ik zie dat je het moeilijk hebt en ik vind het naar voor je” of “ik ben ontzettend blij dat ik je ken”.

Daarom is het ook zo fijn om mooie voorbeelden te delen middels de media. De krant, social media, via vertellingen. Energie werkt gelukkig besmettelijk. Als iemand op straat naar jou glimlacht. Laat het een kind zijn, waarvan duidelijk is dat er geen andere agenda onder zit als dat je helpt… Voel dan wat die glimlach in jou doet. Stel het je eens voor nu.

…Voel je?
Het zijn zonnestralen, verbindingsstralen, erkenningsstralen.
Fijn toch?

Waar begon deze overdenking ook alweer mee?
Oja; “Jongens ik ben er niet”  … tijd om te zijn.

Kairos… niet de klok tijd, maar tijd als gevoel van ruimte.
Kairos, de pleisterplaats voor de Ziel.

 

Heerlijk!

Lieve mensen vergeet niet te leven.

Geraakt

Gisteren was ik met de trein op weg naar een afspraak in Utrecht.
Ik had een boekje meegenomen dat ik een uur daarvoor had afgehaald bij de boekhandel. Het was het boek dat ik de dag ervoor online was tegengekomen. Het heet ‘Zeemist’ en is een verhaal, vertelt vanuit de beleving van een jong meisje dat een hersentumor heeft.

Ik werd geraakt en meegenomen door de mooie poëtische vertelling. Subtiel belichtte het allerlei facetten van ziek zijn, coping, afscheid, communicatie, verhoudingen en existentiële vragen. Het riep bij mij een gevoel op van behoefte aan contemplatie, herlezen, bezinnen en aanwezig zijn. Dat is wat een goed boek doet, wat poëzie en andere kunstvormen doen.

Het was wel wat vreemd aankomen in Utrecht… in de spits; koopavond… Ik voelde me als een eilandje dat zich door de onstuimige zee van mensen en kreten verplaatste, verbaasd over het contrast van de verstilling die het boek bij me aanraakte tegenover de hectiek, haast en uitgelatenheid om me heen.
Al met al een mooie gewaarwording.

‘Zeemist’ van Mariëlle van Sauers
chapeau Mariëlle 🙂